Ook in het hoger onderwijs staat het waarborgen van een veilige campus en het aanpakken van grensoverschrijdend gedrag hoog op de agenda, maar traditionele preventieprogramma’s schieten vaak tekort. Uit een internationale overzichtsstudie van onderzoeker Jessica Ison en haar collega’s blijkt dat losse workshops of eenmalige voorlichtingssessies nauwelijks leiden tot een afname van seksueel geweld of ongewenste omgangsvormen op universitaire campussen. Onderzoekers analyseerden veertig evaluatiestudies van preventie-interventies en concluderen dat verandering van individuele kennis onvoldoende is zolang de onderliggende machtsverhoudingen en cultuur binnen de instelling niet veranderen.
- Eenmalige voorlichtingssessies en bystander-trainingen leiden niet tot een aantoonbare daling van seksueel geweld op universiteiten.
- Van de veertig geanalyseerde onderzoeken waren er 37 afkomstig uit de VS of Canada, wat de internationale toepasbaarheid beperkt.
- Onderzoekers pleiten voor een integrale systeemaanpak die ook beleid, hiërarchie en de cultuur binnen de gehele instelling hervormt.
Losse workshops veranderen het daadwerkelijke gedrag niet
Sinds de jaren 80 richt de preventie van seksueel geweld op universitaire campussen zich voornamelijk op het beïnvloeden van de kennis, opvattingen en houding van studenten. Veelgebruikte methoden zijn trainingen voor omstanders (de zogeheten bystander approaches), waarin deelnemers leren hoe ze veilig kunnen ingrijpen bij zorgwekkend of grensoverschrijdend gedrag. Ook eenmalige sessies over gezonde relaties of zelfverdediging komen veelvuldig voor.
Hoewel zulke cursussen de bewustwording op korte termijn kunnen vergroten, blijkt uit het overzichtsonderzoek dat ze nauwelijks leiden tot meetbare veranderingen in het daadwerkelijke aantal slachtoffers of daders.
Seksueel geweld op universiteiten is namelijk niet louter een interpersoonlijk probleem, maar is ingebed in de hiërarchische en soms patriarchale structuur van academische instellingen. Wanneer preventie zich uitsluitend richt op individueel gedrag, blijven de machtsdynamieken bestaan die het melden van incidenten bemoeilijken en grensoverschrijdend gedrag in stand kunnen houden.
Bestaand onderzoek kent grote inhoudelijke tekortkomingen
De onderzoekers keken naar veertig evaluatiestudies die sinds 2012 zijn gepubliceerd over preventieprogramma’s in hoge-inkomenslanden. Daaruit kwamen twee belangrijke kwetsbaarheden naar voren. Ten eerste kwamen slechts drie van de veertig onderzoeken van buiten de Verenigde Staten of Canada. Hierdoor ontbreekt het aan brede culturele validiteit: inzichten uit de Amerikaanse context laten zich niet zomaar toepassen op onderwijssystemen elders in de wereld.
Ten tweede richtten de onderzochte interventies zich hoofdzakelijk op witte, cisgender heteroseksuele vrouwelijke studenten. Groepen die volgens cijfers juist een verhoogd risico lopen op seksueel geweld — zoals LGBTIQA+-studenten, internationale studenten, studenten van kleur en universitair personeel — bleven in de programma’s en evaluaties grotendeels buiten beeld. Ter illustratie: een Australische survey wees eerder uit dat een op de zes studenten te maken kreeg met seksuele intimidatie en een op de twintig met seksueel geweld.
Noodzaak van een integrale aanpak voor de hele instelling
Om echt effect te sorteren, moet preventie volgens de onderzoekers verder gaan dan versnipperde educatieve projecten. Ze maakten in de studie gebruik van het ‘whole-of-university’-kader van de organisatie Our Watch, dat hervormingen voorstelt op vijf domeinen: het studentenleven, het onderwijs, de werkomgeving, het onderzoek en de bedrijfsvoering.
Voor hogeronderwijsinstellingen betekent dit dat incidentele campagnes plaats moeten maken voor een breed gedragen beleid dat doordringt tot de gehele organisatiecultuur.
Naast gedragsverandering moet een effectieve preventiestrategie ook beleid en structuren aanpassen, slachtoffers en omstanders versterken en gendernormen herzien. Nieuwe wet- en regelgeving, zoals de recent ingevoerde code tegen gendergerelateerd geweld in Australië, verplicht universiteiten om onderbouwde preventieprogramma’s in te zetten. Het onderzoek toont echter aan dat instellingen wereldwijd moeten investeren in beter, contextspecifiek onderzoek om preventiebeleid te bouwen dat in de praktijk daadwerkelijk werkt.































