De gezondheid van de Britse bevolking heeft in de afgelopen kwarteeuw een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. Waar het begin van de 21e eeuw nog in het teken stond van snelle medische vooruitgang en een dalende sterfte aan hart- en vaatziekten, trad er rond 2011 een duidelijke vertraging op in de winst aan levensverwachting. Deze stagnatie vormde de opmaat naar de zwaarste gezondheidscrisis in generaties: de COVID-19-pandemie. Inmiddels ligt de mortaliteit weer op het niveau van voor de pandemie, maar nieuwe leefstijlfactoren zoals toenemende obesitas en toenemende mentale problemen bedreigen de toekomstige volksgezondheid.
- Tussen 2000 en 2024 vertraagde de stijging van de Britse levensverwachting, met name vanaf 2011.
- De coronapandemie veroorzaakte in 2020-2021 de grootste mortaliteitsschok in het Verenigd Koninkrijk sinds de Tweede Wereldoorlog.
- Hoewel het roken sterk afnam, steeg het aantal volwassenen met obesitas in Engeland van 20 procent in 2001 naar 30 procent in 2024.
De aanloop: van medische winst naar stagnatie vanaf 2011
In de eerste jaren na de eeuwwisseling boekte het Verenigd Koninkrijk forse gezondheidswinst. Dankzij betere behandelingen, effectieve preventie en een sterke daling van het aantal rokers — van 26 procent van de volwassenen in 2001 naar 11 procent in 2023 — nam de sterfte door hart- en vaatziekten snel af. De zogeheten periode-levensverwachting, een indicator die berekent hoe oud iemand zou worden als de actuele sterftecijfers gedurende een heel leven hetzelfde blijven, vertoonde een stijgende lijn.
Rond 2011 kwam er echter een zandkorrel in de machine. De verbetering van de levensverwachting vertraagde aanzienlijk, een trend die ook in andere westerse landen zoals Frankrijk en Duitsland zichtbaar was, maar in het Verenigd Koninkrijk hardnekkiger bleek.
Vanaf 2019 stagneerde de daling in hart- en vaatziekten volledig doordat medische doorbraken uitbleven en de druk op het zorgstelsel toenam.
De crisis: de historische mortaliteitsschok van de pandemie
Het absolute breekpunt in de kwarteeuwse gezondheidsgeschiedenis kwam in 2020. De uitbraak van het coronavirus leidde in de periode 2020-2021 tot circa 179.000 coronagerelateerde doden in het Verenigd Koninkrijk. Dit betekend de grootste mortaliteitsschok voor het land sinds de Tweede Wereldoorlog en zorgde voor een scherpe val in de levensverwachting.
Na het piekjaar 2020 nam het sterftecijfer echter elk jaar af. Tegen 2024 was de mortaliteit vrijwel teruggekeerd naar het niveau van 2019, de laagste niveaus ooit gemeten. Ondanks dit herstel blijven de langetermijneffecten onzeker. Veel Britten kampen met long COVID en historisch onderzoek naar eerdere pandemieën suggereert dat ook ongeboren kinderen langdurige gezondheidseffecten kunnen overhouden aan blootstelling aan het virus.
De toekomst: groeiende ziektelast door leefstijl en mentale klachten
De focus verschuift nu naar de leefstijlrisico’s die de volksgezondheid in de komende decennia gaan bepalen. In Engeland veroorzaakten hart- en vaatziekten (26%), kanker (26%), ademhalingsziekten (12%) en dementie (9%) in 2024 samen driekwart van alle sterfgevallen. De voornaamste leefstijlbedreiging is verschoven van tabak naar overgewicht: het aandeel volwassenen met obesitas in Engeland steeg van 20 procent in 2001 naar 30 procent in 2024.
Dit betekent dat het risico op chronische aandoeningen zoals diabetes, hartziekten en bepaalde vormen van kanker de komende jaren sterk blijft toenemen.
Ook de mentale gezondheid staat onder druk: het percentage volwassenen in de werkende leeftijd met psychische aandoeningen steeg van 17,5 procent in 2000 naar 22,6 procent in 2023-2024, met een piek van 26 procent onder jongeren van 16 tot 24 jaar.
Daarnaast veranderde de manier waarop de bevolking aan voedsel komt. Hoewel grote supermarkten nog steeds ruim 80 procent van de dagelijkse calorieën leveren, steeg het marktaandeel van voordeeldiscounters van 3 procent in 2002 naar ongeveer 14 procent in 2021. De dichtheid van fastfoodzaken per inwoner nam tussen 2011 en 2024 bovendien met 36 procent toe, wat het aanbod van calorierijk eten vergrootte.































