Autoconcern Stellantis overweegt de sluiting en verkoop van zijn grote assemblagefabriek in Brampton, nabij Toronto. Dat heeft vakbond Unifor bekendgemaakt nadat het door de directie werd ingelicht over voorbereidende gesprekken met een externe partij. De mogelijke verkoop brengt de werkgelegenheid van circa 2.200 vakbondsleden direct in gevaar, terwijl in de ruimere toeleveringsketen nog eens tot wel 8.000 banen kunnen verdwijnen. De Canadese faciliteit, die in het verleden onder meer bekende modellen van Dodge en Chrysler produceerde, staat al sinds het einde van 2023 stil.
- Stellantis overweegt de fabriek in Brampton te sluiten en te verkopen aan een derde partij.
- Ongeveer 2.200 directe banen en nog eens tot 8.000 banen in de toeleveringsketen staan onder druk.
- De fabriek staat stil sinds eind 2023, nadat plannen voor de productie van een nieuw Jeep-model werden geschrapt.
- Het terrein is door de gemeente Brampton specifiek bestemd voor autoproductie.
Productiestop en verschuiving van Jeep-productie naar de VS
In de fabriek in de provincie Ontario werden jarenlang iconische auto’s gebouwd, waaronder de Dodge Charger, Dodge Challenger en de Chrysler 300. Eind 2023 stopte Stellantis met de productie van deze modellen om het terrein om te bouwen voor de nieuwe generatie Jeep Compass. In februari 2025 werden de ombouwwerkzaamheden echter stilgelegd vanwege wijzigingen in de productiestrategie. Uiteindelijk besloot het concern de productie van de Jeep Compass te verplaatsen naar het Amerikaanse Belvidere, waar circa 800 miljoen Amerikaanse dollar wordt geïnvesteerd in de herinrichting van de daar aanwezige fabriek.
Voor de ruim 2.000 betrokken medewerkers betekent dit aanhoudende onzekerheid; zij ontvangen momenteel een inkomensgarantie van 70 procent van hun reguliere loon.
Vakbondsvoorzitter Lana Payne noemde het voornemen een zware slag voor de werknemers. Volgens de geldende afspraken moet Stellantis minimaal twaalf maanden van tevoren een officiële kennisgeving geven bij een definitieve sluiting. De cao voor de locaties in Brampton, Windsor en Etobicoke loopt op 20 september af, waardoor de toekomst van de fabriek een centraal discussiepunt wordt aan de onderhandelingstafel.
Bestemmingsplan beperkt verkoopopties voor Stellantis
Een verkoop van het fabrieksterrein brengt specifieke restricties met zich mee. De gemeente Brampton heeft het perceel namelijk officieel aangewezen als een zone die uitsluitend bestemd is voor autoproductie. Dit houdt in dat het vastgoed niet eenvoudig kan worden doorverkocht aan projectontwikkelaars voor de bouw van woningen of distributiecentra. Voor eventuele kopers betekent dit dat de locatie alleen waardevol is als er ook daadwerkelijk voertuigen van de band blijven rollen.
Stellantis geeft aan dat de prioriteit ligt bij het vinden van een duurzame productieoplossing. Ondertussen werkt het Canadese ministerie van Industrie samen met de provincie Ontario en de vakbond om de productie en de werkgelegenheid op het terrein te behouden.
Mogelijke overname door internationale producenten
De situatie opent mogelijk de deuren voor nieuwe spelers op de Noord-Amerikaanse markt. Canada schrapte recent de restricties op de import van Chinese auto’s, nadat China op zijn beurt tarieven op Canadese landbouw- en metaalproducten versoepelde. Dit maakt het voor Chinese automerken aantrekkelijker om lokale assemblage in Canada te overwegen ter uitbreiding van hun wereldwijde capaciteit.
Daarnaast heeft Stellantis-topman Antonio Filosa eerder gesuggereerd dat voertuigen van het Chinese merk Leapmotor wellicht in Canada of Mexico geassemblerd kunnen worden. Stellantis nam in 2023 een belang van 21 procent in Leapmotor voor 1,6 miljard dollar (ongeveer 1,5 miljard euro). Hoewel de vakbond benadrukt dat sluiting onaanvaardbaar is, houdt Stellantis voorlopig alle opties open.
Zie jij toekomst in het overnemen van westerse autofabrieken door opkomende internationale merken? Laat je mening achter in de reacties.































