Het beperken van suikers in de vroegste levensfase kan de hersengezondheid op latere leeftijd langdurig beschermen. Onderzoekers van The Hong Kong University of Science and Technology in Guangzhou analyseerden de medische gegevens van 64.737 Britse volwassenen die rond de Tweede Wereldoorlog werden geboren. Uit het onderzoek, dat op 29 juli 2026 werd gepubliceerd in het tijdschrift Neurology, blijkt dat mensen die in de baarmoeder en hun eerste twee levensjaren minder suiker binnenkregen, tot 23 procent minder kans hadden om op latere leeftijd dementie te ontwikkelen. Ook trad de ziekte bij hen gemiddeld 2,6 jaar later op.
- Beperkte suikerinname tot de leeftijd van twee jaar verlaagt het dementierisico op latere leeftijd met 21 tot 23 procent.
- Bij mensen met een lage suikerinname in hun vroegste jeugd werd de diagnose dementie gemiddeld 2,6 jaar later gesteld.
- Hersenscans lieten meer grijze stof en minder schade aan het hersenweefsel zien bij deelnemers die vroeg in het leven minder suiker consumeerden.
Brits suikerrantsoen vormde de basis voor het onderzoek
Om het effect van suikerinname op de lange termijn te onderzoeken, maakten de wetenschappers gebruik van een natuurlijk historisch experiment: de suikerrantsoenering in het Verenigd Koninkrijk. Tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog was suiker in het land streng gerantsoeneerd, waarna het vanaf 1953 weer vrij verkrijgbaar werd. Hierdoor ontstond een duidelijke scheidingslijn tussen opeenvolgende generaties met een sterk verschillende suikerinname in hun vroegste jeugd.
Een eerste groep van 15.025 personen maakte het rantsoen mee in de baarmoeder en tijdens het eerste levensjaar. Een tweede groep van 15.256 mensen viel onder de rantsoenering tot hun tweede levensjaar. De vergelijkingsgroep bestond uit 23.774 volwassenen die pas na het opheffen van het rantsoen werden geboren.
Minder suikerinname hangt samen met gezondere hersenstructuur
Vanaf een gemiddelde leeftijd van 55 jaar werden de medische dossiers van de deelnemers tot 15 jaar lang gevolgd om vast te stellen wie dementie ontwikkelde. In de eerste groep kregen 388 mensen de diagnose dementie, in de tweede groep waren dat er 456, en in de groep die na het rantsoen werd geboren ontwikkelden 504 mensen de aandoening.
Na correctie voor factoren zoals leeftijd, geslacht, hoge bloeddruk en diabetes bleek dat mensen met een beperkte suikerinname tot hun eerste levensjaar 21 procent minder kans hadden op dementie. Bij een beperking tot het tweede levensjaar liep dit voordeel op tot 23 procent.
Mensen die tijdens hun eerste levensjaren aan de suikerbeperking waren onderworpen, bleken de diagnose dementie bovendien gemiddeld 2,6 jaar later te krijgen dan degenen die na het rantsoen werden geboren.
Een subgroep van de deelnemers onderging tevens hersenscans. Daaruit bleek dat volwassenen met een lage suikerinname in de vroegste jeugd een hoger volume aan totale grijze stof hadden en lagere waarden vertoonden van zogeheten hyperintensiteiten in de witte stof. Grijze stof bevat het grootste deel van de neuronale cellichamen, terwijl afwijkingen in de witte stof worden gezien als een belangrijke marker voor schade aan het hersenweefsel. Dit betekent dat de voeding in de vroegste levensfase mogelijk een directe invloed heeft op het behoud van de fysieke hersenstructuur op latere leeftijd.
Vervolgonderzoek moet leiden tot gerichte adviezen voor volksgezondheid
De studie betreft een observationeel onderzoek dat gebaseerd is op historische gegevens en laat daarmee een duidelijk verband zien, maar levert geen direct bewijs dat minder suiker dementie causaal voorkomt. “Onze bevindingen suggereren dat het beperken van suiker in de vroegste levensstadia blijvende voordelen kan hebben voor de hersengezondheid,” aldus onderzoeksauteur Jiazhen Zheng van The Hong Kong University of Science and Technology in Guangzhou.
Volgens de onderzoekers is het beperken van toegevoegde suikers tijdens de zwangerschap en de eerste twee levensjaren een waardevolle stap die gezinnen en gemeenschappen nu al kunnen nemen. Om dit in te bedden in toekomstig volksgezondheidsbeleid is vervolgonderzoek noodzakelijk, waarin de precieze biologische mechanismen achter de langetermijneffecten van suikerinname verder in kaart worden gebracht.
Vindt u dat er strengere richtlijnen moeten komen voor de hoeveelheid suiker in voeding voor zwangeren en baby’s? Deel uw standpunt hieronder in de reacties.































