Patiënten met een specifieke vorm van uitgezaaide darmkanker behalen significant betere behandelresultaten wanneer immunotherapie wordt gecombineerd met chemotherapie en een doelgerichte behandeling. Uit de klinische COMMIT-studie blijkt dat de combinatie van atezolizumab, gemodificeerde FOLFOX6-chemotherapie en bevacizumab het risico op ziekteprogressie of overlijden met 58 procent vermindert in vergelijking met alleen immunotherapie. De bevindingen, gepubliceerd in het Journal of Clinical Oncology, bieden een mogelijke nieuwe behandelstrategie voor patiënten bij wie enkelvoudige immunotherapie niet voldoende aanslaat.
- Combinatiebehandeling verlaagt het risico op ziekteprogressie of overlijden met 58 procent (HR 0,42).
- De mediane progressievrije overleving stijgt van 5,3 maanden naar 24,5 maanden.
- Het responspercentage bedraagt 86 procent bij de combinatie vergeleken met 46 procent bij monotherapie.
Een opvallende winst in progressievrije overleving
In de COMMIT-studie onderzochten wetenschappers patiënten met eerder onbehandelde, uitgezaaide darmkanker van het dMMR/MSI-H-subtype. Deelnemers kregen als eerstelijnsbehandeling ofwel uitsluitend de immune checkpoint-remmer atezolizumab (bekend onder de merknaam Tecentriq), ofwel een combinatie van atezolizumab met mFOLFOX6-chemotherapie en bevacizumab (Avastin).
De resultaten laten een aanzienlijk verschil zien: patiënten die de combinatietherapie ontvingen, hadden een mediane progressievrije overleving van 24,5 maanden, vergeleken met 5,3 maanden bij de groep die alleen atezolizumab kreeg.
Naast de langere periode zonder ziekteprogressie was ook het totale responspercentage in de combinatiegroep aanzienlijk hoger: 86 procent tegenover 46 procent bij monotherapie. Een volledige respons werd waargenomen bij 36 procent van de patiënten in de combinatiegroep, vergeleken met 19 procent bij de groep met enkel immunotherapie.
Het doorbreken van primaire behandelresistentie
Ongeveer 5 procent van de patiënten met uitgezaaide darmkanker heeft een tumor met dMMR (deficient DNA mismatch repair) of MSI-H (microsatellite instability-high). Dit moleculaire subtype kenmerkt zich door een defect in het herstel van DNA-fouten, waardoor de tumor in de regel goed reageert op het stimuleren van het eigen afweersysteem via immunotherapie.
Hoewel immune checkpoint-remmers de behandeling van deze specifieke groep ingrijpend hebben veranderd, loopt een substantiële groep vast. Ongeveer een derde van de patiënten ervaart namelijk primaire resistentie of vroege ziekteprogressie bij het gebruik van een enkelvoudig immuntherapeutisch middel. Dit betekent dat voor een aanzienlijk deel van de patiënten monotherapie al snel tekortschiet.
Mogelijke gevolgen voor de behandelpraktijk
Door chemotherapie en bevacizumab aan de immunotherapie toe te voegen, bleek de vroege progressie van de ziekte drastisch af te nemen. Hoofdonderzoeker Caio Max Sao Pedro Rocha Lima van de Wake Forest University School of Medicine licht toe dat het onderzoek niet alleen een langere overleving zonder ziekteontwikkeling aantoont, maar ook een sterke daling laat zien van het aantal patiënten bij wie de ziekte ondanks behandeling direct vordert.
Volgens mede-hoofdonderzoeker Michael Overman van het MD Anderson Cancer Center van de Universiteit van Texas onderbouwen de resultaten het gebruik van een gecombineerde aanpak in de eerste lijn. Dit zou er in de toekomst toe kunnen leiden dat artsen behandelrichtlijnen voor deze specifieke patiëntengroep herzien om vroege behandeluitval beter te voorkomen.































