Online pesten heeft ingrijpende gevolgen voor de mentale gezondheid van jongeren, maar vooral de opvang na een incident blijkt van doorslaggevend belang. Dat stelt hoofdonderzoeker Yixuan Li naar aanleiding van een nieuwe studie van de Universiteit van Edinburgh, gepubliceerd in het Journal of Affective Disorders. Volgens het onderzoeksteam ontstaan latere emotionele en gedragsproblemen bij slachtoffers voornamelijk doordat zij zich eenzaam voelen en moeite hebben met hun emoties. Het onderzoek onder 501 adolescenten laat zien dat gerichte ondersteuning na pesterijen essentieel is om langdurige schade aan het mentaal welzijn te beperken.
- Eenzaamheid en moeite met emotieregulatie vormen de belangrijkste link tussen cyberpesten en latere psychische problemen.
- Problemen met emotieverwerking verhogen het risico op angst, terwijl een gebrek aan impulsbeheersing vaker leidt tot gedragsproblemen.
- Het onderzoek volgde 501 jongeren tussen de 15 en 18 jaar gedurende zes maanden via vragenlijsten.
Onderzoekers wijzen op het cruciale belang van nazorg
“Slachtoffers van cyberpesten kunnen zich toenemend alleen voelen en moeite hebben om met moeilijke emoties om te gaan,” licht Yixuan Li toe, promovendus aan de School of Health in Social Science van de Universiteit van Edinburgh. Volgens de onderzoeker maakt het studieresultaat duidelijk dat het verloop na het pesten bepalend is voor de impact op lange termijn. “De duidelijke boodschap is dat het ondersteunen van jongeren ná cyberpesten van groot belang is.”
Niet alleen de pesterij zelf, maar juist het gevoel van isolement in de maanden daarna bepaalt of een jongere psychische klachten ontwikkelt.
Eenzaamheid weegt zwaarder dan een laag zelfbeeld
De wetenschappers onderzochten specifiek welke emotionele reacties de brug vormen tussen online pesten en latere psychische klachten. Uit de analyse bleek dat gevoelens van eenzaamheid en moeite met emotieregulatie een sterkere invloed hadden dan een verminderde eigenwaarde. De mate waarin iemand zijn eigen emoties kan sturen, bleek een directe invloed te hebben op het soort problemen dat ontstaat.
Moeite met het verwerken van emoties leidde bij de onderzochte jongeren sneller tot angstklachten. Een gebrek aan impulsbeheersing vergrootte juist de kans op gedragsproblemen. Deze verbanden bleven overeind wanneer de onderzoekers rekening hielden met variabelen zoals leeftijd en geslacht.
Dit inzicht betekent dat preventie en psychologische hulp zich niet enkel moeten richten op het herstellen van zelfvertrouwen. Het aanleren van vaardigheden om met negatieve emoties om te gaan en het actief verminderen van sociaal isolement kunnen in de praktijk effectievere middelen zijn om angst en gedragsstoornissen te voorkomen.
Opzet van de studie en internationale context
Het onderzoek werd uitgevoerd onder 501 leerlingen van 15 tot 18 jaar op twee middelbare scholen in China, een land dat volgens de onderzoekers relevant is vanwege de hoge prevalentie van cyberpesten. De wetenschappers maakten gebruik van de gestandaardiseerde European Cyberbullying Intervention Project Questionnaire. Deelnemers vulden vragenlijsten in over hun online ervaringen, eenzaamheid, emotieregulatie, zelfbeeld en gedrag. Na zes maanden werd het onderzoek herhaald om de ontwikkeling in de tijd te meten.
De bevindingen bouwen voort op een eerdere meta-analyse van hetzelfde onderzoeksteam, waarin data uit 125 studies met meer dan 260.000 deelnemers uit 33 landen werden samengebracht. Wereldwijd geeft circa twee derde van de kinderen aan een toename in cyberpesten op te merken, terwijl één op de twee zegt niet te weten waar zij de juiste ondersteuning kunnen vinden.
Hoe spreekt u met jongeren over de impact van online pesten en het omgaan met emoties? Laat uw reactie hieronder achter.































