Het belangrijkste offerritueel van de Inca’s, de capacocha, verliep niet overal op dezelfde manier. Dat concluderen archeologen na toxicologisch onderzoek aan acht bevroren mummies van kinderen die op berghelligdommen in het Inca-rijk werden geofferd. In haar en nagels van de Inca-mummies vonden zij sporen van cocaïne, alcohol en, bij één meisje, harmine, een stof uit de ceremoniële drank ayahuasca. Elk kind lijkt een eigen chemische ‘handtekening’ te hebben. Het onderzoek, geleid door Dagmara Socha van de Universiteit van Warschau, verscheen in het archeologische vakblad Antiquity.
- Onderzoekers analyseerden haar- en nagelmonsters van acht bevroren Inca-mummies van kinderen die tussen ongeveer 6 en 14 jaar oud waren toen ze stierven.
- In alle haarmonsters werd cocaïne aangetroffen, wat erop wijst dat de kinderen cocabladeren kauwden.
- Bij vier van de acht mummies zijn aanwijzingen gevonden voor alcoholgebruik.
- Bij de bekende mummie Juanita, ook wel de Lady of Ampato genoemd, werd harmine gevonden.
Het capacocha-ritueel blijkt aangepast aan lokale tradities
De verschillen tussen de kinderen wijzen er volgens het team op dat de capacocha per plek werd afgestemd op lokale religieuze tradities en op de godheid of heilige plaats waaraan het offer was gewijd. Mogelijk werd elk kind op een eigen manier ‘voorbereid’, om het offer op een specifieke godheid te richten.
“Wat we zien, is dat de capacocha geen gestandaardiseerd ritueel was, maar dat de Inca’s het lijken te hebben aangepast aan verschillende culten en lokale religieuze tradities”, zegt Socha.
Dat is een wezenlijke bijstelling van het beeld van dit ritueel. Tot nu toe was over de middelen die tijdens de capacocha werden gebruikt weinig bekend, al vermelden historische bronnen dat de Inca’s psychoactieve planten gebruikten. “Eerdere analyses leverden ofwel negatieve resultaten op, of richtten zich vooral op cocabladeren”, aldus Socha. Voor archeologen betekent de nieuwe aanpak dat de mummies nu ook iets kunnen vertellen over de onderlinge verschillen tussen offerplaatsen, en niet alleen over het ritueel in het algemeen.
Kinderen werden geofferd als boodschappers naar de goden
Het Inca-rijk beheerste vanaf het eind van de dertiende eeuw tot de Spaanse verovering in de zestiende eeuw zo’n 4000 kilometer van de westkust van Zuid-Amerika. Bij de capacocha werden kinderen en jonge vrouwen geofferd aan de berggoden. Ze golden daarbij als tussenpersonen tussen de levenden en het goddelijke. Volgens de Spaanse monnik Martín de Murúa, die er in 1590 over schreef, moest de ceremonie ervoor zorgen dat er “geen hongersnood noch gebrek aan vruchten van de aarde, noch droogte, noch pest, noch opstand” zou komen.
De acht onderzochte kinderen, van wie zeven meisjes, werden tussen de jaren twintig en negentig van de vorige eeuw ontdekt in de Andes. Phys.org noemt vindplaatsen in Peru en Argentinië, New Scientist vermeldt daarnaast ook Chili. Vermoedelijk werden sommige kinderen met scherpe wapens gedood en anderen levend begraven.
Haar en nagels bewaren eeuwenoude sporen van drugs
Dat onderzoek naar zulke oude middelen mogelijk is, komt doordat chemische stoffen worden ingebouwd in het keratine van haar en nagels. Volgens Socha maken recente ontwikkelingen in de toxicologie het mogelijk om ook lage concentraties op te sporen.
Cocabladeren hadden een religieuze functie als offergave aan de goden, maar hielpen mogelijk ook tegen hoogteziekte en vermoeidheid tijdens de lange, zware tochten de bergen op. De alcohol is mogelijk afkomstig van chicha, een maïsbier dat volgens historische bronnen aan de kinderen werd gegeven om hun zintuigen te verdoven en hen in de laatste fase van het ritueel te kalmeren.
Het opvallendste resultaat is de harmine bij Juanita. Deze alkaloïde wordt in verband gebracht met Banisteriopsis-soorten, een van de belangrijkste planten in ayahuasca. Volgens Socha kan dit erop wijzen dat een drank met harmine een bijzondere rol speelde bij ceremonies rond deze specifieke heilige berg. De onderzoekers opperen dat de antidepressieve eigenschappen van harmine mogelijk zijn ingezet om het kind rustig en positief gestemd te houden.
Onderzoekers waarschuwen voor een geromantiseerd beeld
Of de middelen dienden om de angst te verzachten of om het contact met de goden te bevorderen, valt niet met zekerheid te zeggen. Socha benadrukt dat de gevoelens van de kinderen niet te reconstrueren zijn.
“We moeten er niet van uitgaan dat uitverkoren worden voor een prestigieuze religieuze ceremonie betekende dat de ervaring niet beangstigend of traumatisch was”, zegt Socha.
Volgens haar beginnen onderzoekers de capacocha te begrijpen “niet simpelweg als één offergebeurtenis, maar als een complex proces met uitgebreide voorbereidingen, lange reizen en verschillende rituele praktijken”.































