Preventie van hart- en vaatziekten staat in de gezondheidszorg hoog op de agenda, waarbij het vroegtijdig opsporen van een verhoogde bloeddruk een van de meest doeltreffende interventies is. Uit een grootschalige studie van Britse onderzoekers van Keele University en de University of Manchester, gepubliceerd in het Journal of the American Heart Association, blijkt dat nieuwe richtlijnen voor bloeddrukbeheer een aanzienlijke behandelkloof blootleggen. Bij een bloeddruk vanaf 130/80 mm Hg komt bijna een op de drie patiënten in aanmerking voor medicatie. Het tijdig behandelen van deze groep kan het risico op overlijden aan hartkwalen halveren.
- Ongeveer 43 procent van de volwassenen die volgens de nieuwste richtlijn medicatie nodig hebben, wordt momenteel niet behandeld.
- Het gebruik van bloeddrukverlagers is bij rechthebbende patiënten geassocieerd met een 50 procent lagere kans op overlijden aan hart- en vaatziekten.
- Tijdige behandeling van alle in aanmerking komende patiënten kan in tien jaar tijd ruim 160.000 cardiovasculaire doden voorkomen.
Grote behandelkloof bij verhoogde bloeddruk
De onderzoekers analyseerden gegevens van 81 miljoen Amerikaanse volwassenen bij wie hoge bloeddruk was vastgesteld. Volgens de richtlijn van de American Heart Association en het American College of Cardiology kwamen 22,8 miljoen van hen in aanmerking voor bloeddrukverlagende medicatie. Van deze groep ontving 57 procent (13,1 miljoen) al een behandeling, maar bleef 43 procent (9,7 miljoen) onbehandeld.
Uit de analyse blijkt dat het uitbreiden van medicamenteuze behandeling naar alle onbehandelde rechthebbenden in tien jaar tijd naar schatting 200.000 overlijdens door alle oorzaken en 162.000 sterfgevallen door hart- en vaatziekten kan voorkomen.
Risico-evaluatie bepaalt de noodzaak van medicatie
De richtlijn maakt gebruik van de zogenoemde PREVENT-risicovergelijkingen om het tienjarige risico op hart- en vaatziekten te berekenen bij volwassenen van 30 tot 79 jaar zonder bestaande hartaandoeningen. Patiënten die het meeste baat hebben bij medicatie waren gemiddeld 66 jaar oud en kampten vaker met bijkomende aandoeningen zoals diabetes, chronische nierziekten of andere risicofactoren.
Voor patiënten die in aanmerking kwamen voor behandeling, was het innemen van bloeddrukverlagers geassocieerd met een 23 procent lagere algehele sterftekans en een 50 procent lagere kans op overlijden aan cardiovasculaire complicaties vergeleken met onbehandelde patiënten.
Leefstijl blijft de onmisbare basis
Ondanks de grote voordelen van medicatie benadrukken de onderzoekers dat leefstijlaanpassingen de fundamenten vormen van bloeddrukbeheer. Een gezond dieet, gewichtsbeheersing, minder zout- en alcoholconsumptie, voldoende lichaamsbeweging, een goede nachtrust en stressbeheersing spelen een cruciale rol.
Voor mensen met een bloeddruk onder de 140/90 mm Hg en een laag tienjarig risico (een PREVENT-score onder de 7,5%) kan een gezonde leefstijl in eerste instantie volstaan om medicatie uit te stellen of te vermijden.
De onderzoekers plaatsen wel een kanttekening bij de resultaten: de geanalyseerde gegevens uit de NHANES-enquête (verzameld tussen 2009 en 2018) waren gebaseerd op een enkele bloeddrukmeting tijdens één artsenbezoek. De officiële richtlijnen adviseren echter om meerdere metingen te verrichten over verschillende bezoeken.
Voor de praktijk betekent dit dat een bredere blik op het algehele risicoprofiel van de patiënt essentieel is. Het vaststellen van een verhoogde bloeddruk alleen is niet genoeg; het beoordelen van bijkomende risicofactoren stelt artsen in staat om tijdig en gericht in te grijpen voordat ernstige complicaties optreden.
Laat u uw bloeddruk regelmatig controleren bij de huisarts, en welke maatregelen neemt u om uw hartgezondheid op peil te houden? Deel uw ervaringen in de reacties hieronder.































