De Europese Unie krijgt vanaf vrijdag te maken met een nieuwe Amerikaanse invoerheffing van 10 procent op exportproducten naar de Verenigde Staten. President Donald Trump heeft donderdag definitief nieuwe heffingen van 10 tot 12,5 procent aangekondigd voor zestig handelspartners, ingesteld op grond van de Trade Act van 1974. De maatregel treedt om 00:01 uur op vrijdag in werking, exact op het moment dat een tijdelijke wereldwijde heffing van 10 procent afloopt. Het Witte Huis stelt dat de tarieven gericht zijn op landen die onvoldoende doen om goederen uit dwangarbeid te werend.
- De VS voeren tarieven van 10 tot 12,5 procent in voor zestig handelspartners, waaronder de EU.
- De heffingen vervangen een tijdelijke maatregel die vrijdag om 00:01 uur afloopt.
- Uitzonderingen gelden onder meer voor olie, gas, meststoffen en Portugees kurk.
Spanningen tussen Brussel en Washington lopen op
Naast de Europese Unie treffen de tarieven van 10 procent onder meer Canada, het Verenigd Koninkrijk, Mexico en Indonesië. Een groep van 43 andere landen, waaronder China, Japan, Zuid-Korea en Australië, krijgt te maken met een hoger tarief van 12,5 procent. Bepaalde specifieke producten zijn vrijgesteld van de heffingen, zoals olie, gas, meststoffen, Portugees kurk, Zwitserse rozen en edelstenen zoals diamanten en robijnen.
De timing van de Amerikaanse maatregel valt samen met toenemende frictie tussen de EU en de VS. De Europese Unie legde het Amerikaanse technologiebedrijf Google recent een boete op van 890 miljoen euro wegens overtreding van de Digital Markets Act. Binnen Europese diplomatieke kringen bestaat de vrees dat deze boete aanleiding kan zijn voor verdere handelsconflicten met de Amerikaanse administratie.
Juridische basis via de Trade Act van 1974
De nieuwe heffingen worden ingesteld onder artikel 301 van de Amerikaanse Trade Act van 1974. Dit wetsartikel geeft de Amerikaanse president de bevoegdheid om sancties en tarieven op te leggen aan landen die zich schuldig maken aan onredelijke of discriminatoire handelspraktijken. De stap volgt op een onderzoek van vijf maanden naar de aanpak van dwangarbeid in internationale toeleveringsketens.
Met de inzet van artikel 301 zoekt het Witte Huis naar een duurzamere juridische grondslag voor zijn beleid. In februari haalde het Amerikaanse Hooggerechtshof eerdere verstrekkende tarieven onder de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA) onderuit, waardoor de Amerikaanse overheid reeds geïnde heffingen moest terugbetalen. Daarop voerde Trump tijdelijke tarieven in op basis van artikel 122 van de Trade Act, maar die wettelijke regeling geldt voor maximaal 150 dagen.
Onderzoekers van de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger bereiden bovendien aanvullende onderzoeken voor naar overcapaciteit in de wereldwijde productie.
Samenwerking binnen CETA biedt tegenwicht
Als reactie op het Amerikaanse handelsbeleid richten veel handelsblokken zich toenemend op diversificatie. De Europese Unie en Canada versterkten het afgelopen decennium hun handelsrelatie via de Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA), die in 2016 werd ondertekend en sinds 2017 voorlopig wordt toegepast. Dat verdrag nam bijna 98 procent van de onderlinge tarieven weg, waardoor de handel tussen beide partijen in 2025 steeg naar 130,8 miljard euro.
Hoewel handelspartners zoals India hun voorgestelde tarieven wisten te verlagen door hun regelgeving tegen dwangarbeid aan te scherpen, blijft de impact op internationale toeleveringsketens aanzienlijk. Amerikaanse importeurs dragen de kosten van de invoerheffingen rechtstreeks af aan de Amerikaanse douane.
Wat denkt u dat de impact van deze Amerikaanse heffingen zal zijn op Europese bedrijven en de handel met de VS? Laat uw reactie hieronder achter.























