In het traditionele leefgebied van de GunaiKurnai-gemeenschap in het zuidoosten van Australië hebben archeologen bewijs gevonden van duizenden jaren oude rituelen. Uit onderzoek in Cloggs Cave, gelegen in de regio Gippsland, blijkt dat inheemse bewoners daar al 25.000 jaar lang grassen verzamelden en verbrandden voor magische en genezende gebruiken. Wetenschappers van onder meer de Australian National University en Monash University ontdekten microscopische plantenresten in opeenvolgende aslagen. Deze vondst toont aan dat culturele tradities en rituele praktijken op deze specifieke locatie gedurende meer dan duizend generaties aan elkaar zijn doorgegeven.
- In Cloggs Cave in het Australische Victoria zijn plantenresten gevonden van 25.000 jaar oude rituelen.
- Microscopische fytolieten tonen aan dat 97 procent van het verbrande materiaal uit speciaal verzamelde grassen bestond.
- Rond 2000 jaar geleden werd in de grot een 28 centimeter hoge rechtopstaande steen geplaatst voor ritueel gebruik.
- Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van en in samenwerking met de traditionele GunaiKurnai-eigenaren.
Microscopische plantenresten leggen oude tradities bloot
Het onderzoek richtte zich op de analyse van fytolieten: microscopisch kleine silicastructuren die ontstaan wanneer planten opgeloste mineralen uit de bodem opnemen en opslaan in hun weefsels. Anders dan stuifmeel, dat gemakkelijk door de wind of insecten over grote afstanden wordt verspreid, blijven fytolieten over het algemeen exact achter op de plek waar een plant vergaat. Omdat er vanwege een gebrek aan zonlicht geen planten in Cloggs Cave groeiden, moeten de aanwezige plantenresten door menselijke of dierlijke activiteit naar binnen zijn gebracht.
De wetenschappers bestudeerden duizenden fytolieten uit twee opgegraven putten met een diepte tot 2,3 meter. In de bovenste lagen troffen zij 73 dunne aslagen aan die tussen 4400 en 1600 jaar geleden door mensen zijn opgebouwd, een datering die werd vastgesteld via koolstofdatering en optisch gestimuleerde luminescentie. Tot 97 procent van de verbrande fytolieten bleek afkomstig van grassen uit verschillende klimaatgenres, waarbij complete planten — inclusief stengels, bladeren, bloemen en wortels — mee naar binnen werden genomen.
Uit de analyses blijkt dat bijna een vijfde van de aangetroffen fytolieten verbrand of gesmolten was, wat wijst op een continue rituele praktijk over een periode van maar liefst 25.000 jaar.
Historische bronnen bevestigen het gebruik van as
De archeologische vondsten sluiten naadloos aan bij antropologische verslagen uit de negentiende eeuw. Antropoloog Alfred Howitt beschreef in de jaren 1880 de gebruiken van GunaiKurnai-healers en spirituele leiders, genaamd mulla-mullung. Uit zijn documentatie blijkt dat as een cruciaal onderdeel vormde van ceremonies voor genezing, magie en vervloekingen, en werd gebruikt om voetsporen van bezoekers of spirituele wezens te volgen.
Naast de verbrande grassen legden de onderzoekers in diepere en oudere lagen van de grot ook andere artefacten bloot. Zo werden er op maat gesneden houten stokken van Casuarina-bomen gevonden die waren ingesmeerd met vet. Dit wijst erop dat er door de millennia heen verschillende soorten rituele handelingen in de grot werden uitgevoerd.
Een rechtopstaande steen markeert intensiever gebruik
Rond 2000 jaar geleden vond er een opmerkelijke verandering plaats in de grot. In de aslagen plaatsten de toenmalige bewoners een 28 centimeter hoge rechtopstaande steen. Gedurende de 400 jaar die daarop volgden, werd er herhaaldelijk gras rondom deze steen verbrand. Waar de verbrandingspraktijken vóór 4400 jaar geleden nog incidenteel plaatsvonden, ontstond er in de latere periode een veel frequentere en dichtere opeenvolging van aslagen.
Dit onderzoek toont aan hoe archeobotanische analyses van microscopische resten waardevolle wetenschappelijke bewijzen kunnen leveren voor mondeling overgeleverde inheemse geschiedenis.
Het archeologische project werd uitgevoerd op verzoek van de GunaiKurnai Land and Waters Corporation. Vertegenwoordigers van de inheemse gemeenschap waren direct betrokken bij het onderzoeksontwerp, het veldwerk en de interpretatie van de resultaten, wat heeft bijgedragen aan een dieper begrip van hun culturele erfgoed.
Wat vindt u van het combineren van eeuwenoude inheemse overleveringen met moderne archeologische technieken? Laat uw mening achter in de reacties.























