De entertainmentwereld schudt op haar grondvesten nu de megadeal tussen Paramount en Warner Bros. Discovery (WBD) tijdelijk is stilgelegd. Een federale rechter in Californië heeft maandag een tijdelijk verbod opgelegd dat de afronding van de fusie van ruim 81 miljard dollar (bijna 111 miljard dollar inclusief schulden) voor minstens veertien dagen blokkeert. Dit geeft een coalitie van twaalf Amerikaanse staten de tijd om hun bezwaren tegen de overname nader te onderbouwen.
- Een federale rechter heeft een tijdelijk verbod van 14 dagen opgelegd aan de fusie tussen Paramount en Warner Bros. Discovery.
- Twaalf Amerikaanse staten, onder leiding van Californië, eisen een definitief verbod wegens schending van de antitrustwetgeving.
- Als de deal op 30 september nog niet rond is, dreigt voor Paramount een boeteclausule van 7 miljoen dollar per dag.
De weg naar de megadeal
De plannen voor de fusie tussen Paramount en Warner Bros. Discovery volgden op een eerdere overname waarbij Paramount (Skydance) vorig jaar al van eigenaar wisselde. Door de twee giganten samen te voegen, zou een entertainmentimperium ontstaan dat onder meer de filmstudio’s van Paramount en Warner, televisiezenders zoals CNN, CBS en MTV, en de streamingdiensten Paramount+ en HBO Max onder één dak brengt. Volgens de bedrijven is deze schaalvergroting noodzakelijk om te kunnen concurreren met techgiganten zoals Netflix.
De Amerikaanse staat Californië pikte de plannen echter niet en spande vorige week, gesteund door elf andere staten waaronder New York, Arizona en Washington, een rechtszaak aan om de transactie te blokkeren.
Rechter grijpt in wegens marktmacht
De staten baseren hun zaak op de meer dan honderd jaar oude Clayton Antitrust Act. Ze stellen dat de fusie de concurrentie in Hollywood effectief zal “uitwissen”. Dit zou leiden tot minder keuze en hogere prijzen voor bioscoopbezoekers en kabelabonnees. Rechter Araceli Martínez-Olguín ging maandag mee in die zorgen en oordeelde dat de staten overtuigend bewijs hebben geleverd dat het fusiebedrijf een veel te groot marktaandeel in de bioscoopdistributie zou krijgen.
Met de tijdelijke ordemaatregel (een zogeheten temporary restraining order) wil de rechter de status quo handhaven. Paramount en Warner Bros. mogen voorlopig geen enkele stap zetten om hun activiteiten te integreren. Paramount liet in een reactie weten het besluit te respecteren, maar blijft erbij dat de bezwaren van de staten “geen basis hebben in de moderne marktrealiteit” en dat de fusie juist gunstig is voor de consument en de werkgelegenheid.
Financiële tijdbom tikt door
De komende weken worden cruciaal voor de toekomst van de deal. Op 3 augustus staat de volgende belangrijke zitting gepland. De rechter buigt zich dan over een verzoek van de staten voor een voorlopige voorziening (preliminary injunction). Als die wordt toegewezen, kan de fusie voor vele maanden of zelfs jaren worden opgeschort in afwachting van een definitieve rechtszaak.
Voor Paramount staat er financieel enorm veel op het spel: als de transactie op 30 september nog niet is afgerond, moet het bedrijf een contractuele wachtvergoeding van zo’n 7 miljoen dollar per dag aan de aandeelhouders van Warner betalen.
In de praktijk betekenen dit soort juridische procedures vaak de genadeslag voor grote bedrijfsovernames. Hoewel de Amerikaanse federale overheid onder president Donald Trump al groen licht gaf voor de deal, bewijst deze zaak dat individuele Amerikaanse staten via hun eigen openbaar ministerie over aanzienlijke macht beschikken om mondiale bedrijfstransacties te dwarsbomen. Europese toezichthouders zouden uiterlijk rond 22 juli een besluit nemen.























